Vol verwachting open ik de deur van uitzendbureau Timing in Groningen. Nauwelijks op de mat of de dienstdoende poortwachter type haaibaai commandeert mij naar het zitje. Ik help je zo. Er is niemand anders.

Vijf minuten hoor ik haar driftig dingen inkloppen die heel belangrijk moeten zijn. Het ruikt naar kantoor. De geur van vloerbedekking en toetsenbordzweet. Ik zie nog twee andere jonge vrouwen aan een bureau. Het zijn altijd vrouwen en altijd jong. Dat zie ik wel vaker. Mensen die alleen in een vroeg stadium van hun ontwikkeling ergens willen werken.

Als het belangrijke werk klaar is heeft ze tijd voor mij. Ik kom mij laten inschrijven. Wat voor soort werk ik zoek. Ik weet dat ik van tevoren iets had moeten verzinnen en nu is het te laat. Het maakt mij niet zoveel uit als jullie mij maar kunnen matchen. Op dat moment zie ik haar mij opgeven. Ze probeert haar gevoel niet eens te verbergen. Ik mag bij haar aan het bureau komen zitten. ID-kaart. cv.

Er komt een jonge man binnen die helemaal zelfstandig plaats neemt in het zitje. Meteen of ik een momentje heb. In haar rangorde stond ik al onder vijf minuten inklopwerk maar nu zak ik dynamisch onder alle binnenkomende klanten. In zinnen die niet helemaal kloppen en met een Balkanaccent zegt deze jongen precies wat hij wil doen en voor hoeveel uur per week en dat hij studeert aan de Hanzehogeschool.

Dat zit haar niet lekker. Zij moet nu haar dominante bitchrol veiligstellen. Ik herken haar methode. Ze begint achterdochtig elke zin die hij zegt te herhalen. Vraagt niemand zich ooit af of ze misschien doof is of dat informatie bij haar ene hersenhelft binnenkomt en zij het dan zelf aan haar andere hersenhelft moet doorgeven. Misschien werkt dat zo bij vrouwen. Ongewenste gasten buiten de deur houden. Dat is haar taak. Zoals mij. Maar mij is ze al aan het inkloppen. Met tegenzin. Dat heb ik dan weer wel mooi voor elkaar. Of hij wel Nederlands verstaat. Ja of nee. Nu zeggen. Versta je nou Nederlands of niet. Of hij wel weet dat dat in de horeca heel belangrijk. Ze staat hem te beknorren als een loonslaaf.

Ik probeer met haar mee te doen als met een quiz op tv. Hij wil, ik begrijp dat meteen, hooguit 12 uur per week werken. Werktijden maken niet uit. Hij heeft geen verplichte college’s. Ik ben onder de indruk van zijn duidelijke en bondige communicatie. Deze kenau niet. Nou moet ie eens goed luisteren. Hij maakt haar niet wijs dat hij niet op bepaalde tijden verplicht naar school moet. Dat moet iedereen dus ook hij. Is hij wel voldoende op de hoogte. Begrijpt hij de schoolreglementen wel. Zoals een invalide gevormd door jarenlange vooroordelen probeert hij heel rustig, met overwicht en speciaal voor haar nog eens in andere woorden duidelijk te maken dat zijn studierichting geen verplichte colleges heeft. De etui met foltergereedschap heeft zij ondertussen opengerold. Haar hand beweegt twijfelend over de verschillende mogelijkheden. De tang. De spuit. Het mes. Ze had ook vriendelijk kunnen zeggen dat ze zijn werkvergunning nodig heeft. OK. Geen probleem.

Daar zit ze weer. Het wantrouwen in levende lijve. En ik, een onschuldige werkzoekende man van middelbare leeftijd. Elke vraag over mijn cv bijt. Argwaan bij elke cursus. Elke baan is verdacht. Zij voert in. Ik stop met investeren in gezelligheid. Volgens mij bestaat er in de computer een formulier waarmee je net kan doen alsof ze iemand inschrijven. Die heeft ze voor mij gebruikt.

Zij denkt niet dat ze een baan voor mij heeft. Niet eens op dit moment niet. Of voorlopig niet. Gewoon helemaal nooit niet. Of ik het wel laat weten als ik werk heb gevonden. Niet dat ik je heb ingeschreven. Maar zo hoort een automatische inschrijfintercedent het gesprek af te ronden. En we willen niet onnodig niets voor je blijven doen. Ik krijg, zit de baas misschien te kijken, nog wel een visitekaartje maar ‘je hebt gesproken met’ is niet ingevuld. Zij wil mij nooit meer zien. Ging de deur naar binnen of naar buiten open. Allebei. Overtollig rijd ik naar huis. Verontwaardigd kras ik op mijn lijstje ongeschoold werk door. En Timing.