John Brandon, dwangarbeid 1940-1945

Historische beeldvorming. Een vergelijking van twee beelden

Deze tekst schreef ik als tentamenopdracht voor de cursus Historische beeldvorming. Visuele cultuur en geschiedenis van de Open Universiteit. Een pdf van de tekst is beschikbaar.

razzia-rotterdam-1944
 Grimeijer, H.F., Zonder titel, 1944, foto, NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies,
Amsterdam (foto: https://beeldbankwo2.nl/nl/beelden/detail/360bd990-025a-11e7-904b-d89d6717b464/media/76134e8d-b860-2cc7-3ca1-6babb8434549, laatst geraadpleegd op 7 februari 2020).
Brandon, John, Dwangarbeid 1940-1945, 1996, brons, Oorlogsmuseum Overloon, Overloon (foto: https://www.4en5mei.nl/oorlogsmonumenten/monumenten_zoeken/oorlogsmonument/692/overloon%2C-%27dwangarbeid-1940-1945%27, laatst geraadpleegd op 7 februari 2020).

DWANGARBEID 1940 – 1945

Ruim 500.000 Nederlanders werden gedwongen tewerkgesteld in Duitsland. Meer dan 30.000 van hen kwamen om doorhonger, mishandeling, ziekte en oorlogsgeweld.

Straks gaan we weer terug naar heen, En hoe men ’t went of keert of plooit, Wij zullen veel moeten vergeven, Vergeten echter doen we nooit.

Op de foto uit 1944 zien we hoe een lange stoet mannen op de weg lopen met koffers en tassen onder begeleiding van een enkele soldaat. De mannen zijn opgepakt voor de Arbeitseinsatz. 52 jaar later wordt voor hen een monument onthuld dat vooral veel niet laat zien. Geen soldaten, geen afscheid, geen erbarmelijke omstandigheden en geen dood. Waarom ontbreekt de concrete geschiedenis in de verbeelding van de Arbeitseinsatz door het monument? Vertellen deze verbeeldingen wel hetzelfde verhaal?

Arbeitseinsatz
De razzia’s van eind 1944 waren het slotoffensief van een steeds strenger beleid sinds het begin van de Duitse bezetting om arbeiders te werven. Vanaf mei 1943 werden alle mannen tussen 18 en 35 jaar verplicht zich melden. In 1944 wordt de leeftijdscategorie verruimd naar van 17 tot 40 jaar en in Rotterdam vindt op 10 november 1944 de eerste grote razzia plaats. 30.000 van de half miljoen Nederlandse dwangarbeiders komen om het leven. Bij terugkeer was een deel van hen psychisch en fysiek beschadigd. Ze werden beschouwd als collaborateur, raakten vrienden kwijt en waren als werknemer vaak niet welkom. In Vrij Nederland sprak het voormalig verzet veroordelend.

Herdenken
Tijdens de Wederopbouw werd de oorlog vooral herinnerd als ‘ons’ moedig verzet tegen de Duitse bezetter. De Nederlandse leeuw had de Duitse adelaar verslagen. Voor het leed van teruggekeerde dwangarbeiders, politieke gevangenen en repatrianten uit Nederlands-Indië was geen aandacht. Er werd overigens ook niet gedacht aan de 102.000 vermoorde joden. Gevallen verzetstrijders werden op 9 mei 1945  herdacht, het joodse nationaal monument in Westerbork kwam er pas in 1970. In de jaren tachtig groeide de interesse voor de verhalen van de repatrianten wat in 1988 uitmondde in het Indisch monument. In de jaren negentig kwam er in het kader van de ‘vijf-voor-twaalfgedachte’ meer aandacht voor het leed van overlevenden en de miskenning daarvan. Tegelijkertijd werd algemener gedacht aan (het ontbreken van) vrijheid en mensenrechten ‘om te voorkomen dat de herdenking fossileert’. Het thema is actueel omdat de groepen die op 4 mei worden herdacht toeneemt en deelname van Duitse gasten wordt overwogen. Maar tegelijkertijd zijn er nog groepen die zich tekort gedaan voelen omdat zij niet worden genoemd bij herdenkingen, zoals bijv. homoseksuelen bij de herdenking 75 jaar bevrijding Auschwitz. In de keuze voor een foto en een monument van een ‘vergeten’ groep belicht ik zowel de ontwikkeling van het herdenken als de huidige onvolledigheid ervan.

De foto
De foto laat een gemêleerde groep mannen zien die onder begeleiding van soldaten op de weg lopen, langs de trambaan. Ze dragen koffers en tassen. Op de stoep staan enkele zwaaiende vrouwen. Bijna alle mannen dragen een hoed. Het opvallend kleine aantal soldaten lijkt weinig moeite te hebben met het controleren van de grote groep. Aan de overkant staat op een straatnaambord Burg. Le Fèvre de Montignylaan. De fotograaf staat ongeveer acht meter bij het onderwerp vandaan en de foto is licht van bovenaf en op de rug genomen. Deze foto van de razzia van Rotterdam blijkt genomen vanaf de eerste verdieping van de woning van amateurfotograaf Hendrik Ferdinand Grimeijer (20 oktober 1894 – 6 juni 1989) op 10 november 1944. Grimeijer had aan het begin van de oorlog tientallen films ingeslagen en veel van zijn foto’s zijn bewaard gebleven. Op de foto worden de opgepakte mannen uit Hillegersberg en Schiebroek naar de tramremise aan de Kootsekade en de uitspanning Lommerrijk gebracht. De stoet beweegt van de fotograaf af omdat het fotograferen van razzia’s verboden was.

Net als iedere andere bron moet deze foto kritisch worden geanalyseerd. Geen foto is gemaakt met een ‘innocent eye’. Deze foto evenwel verdenken van propaganda, het weergeven van een stereotype of het tegemoetkomen aan eigentijdse conventies lijkt mij bezwaarlijk gezien de context: illegale fotografie tijdens de bezetting, een bekende fotograaf en een gebeurtenis die door veel getuigenverklaringen wordt bevestigd. Ook was het manipuleren van foto’s niet goed mogelijk. Omdat dit beeld naadloos aansluit bij mondelinge en geschreven bronnen brengt het ons ‘face-to-face’ met de geschiedenis. Het geeft een ‘historische sensatie’ of zelfs een ‘reality effect’. Zaak blijft niet meer in deze foto te zien dan zij toont. In de huidige tijd worden zwart-wit-afdrukken gebruikt om het gevoel van de harde werkelijkheid over te brengen. En hoewel kleurenfotografie al bestond, was dat bij deze foto niet het geval. Een foto is ook een momentopname. We zien niet wat eraan vooraf ging en we ‘voelen’ niet dat dit een moment is na 4,5 jaar bezetting, schaarste, werkloosheid, razzia’s, verraad en executies.

Het monument
In Overloon zien we een andere verbeelding van de Arbeitseinsatz. Op een open plek in een eikenbos zijn op een rij vijf standbeelden van mannen geplaatst. Ze staan zonder sokkel in een strak met bielzen omlijst plateau gevuld met grind. De mannen hebben geen armen. Bij één is een dik touw meerdere malen om zijn borst gewikkeld. De mannen staan licht door hun benen gezakt, met de knieën naar weerszijden gebogen. De monden zijn half open of hebben afhangende mondhoeken. Ze dragen lange broeken en schoenen. Hun ontblote bovenlijf is vermagerd. Hoewel de achterste twee mannen omkijken, lijken ze zich naar links, voor hen naar voren, te bewegen. Plat in het grind ligt een zwart granieten steen met opschrift. De steen is even breed als de rij beelden lang is. De beelden zijn ruw vormgegeven maar met herkenbare gezichten. Het brons is ongelijkmatig gepatineerd waardoor het lijkt alsof de oxidatie eraf druipt. Vanaf bepaalde standpunten rondom hebben de standbeelden ‘oogcontact’ met de kijker.

Het monument is gemaakt door John Brandon (1951-2007). Het werd op 29 mei 1996 onthuld door minister Borst en is het eerste monument ter herinnering aan omgekomen en teruggekeerde dwangarbeiders. ‘Eindelijk erkenning’, kopte Trouw en De Volkskrant had het over ‘De vergeten oorlog’. Vanaf 1990 pleitte de VDN (Vereniging ex-Dwangarbeiders Nederland) bij de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor een eigen monument, maar deze vond de ontberingen van dwangarbeiders ‘niet anders of zwaarder dan de ontberingen, die de mensen hier in Nederland […] hebben moeten doorstaan’. Het was een van de laatste verwijzingen naar de ‘hiërarchie van het leed die na de oorlog het gedenken bepaalde. In 1995 komt er toch een bedrag beschikbaar. Er was echter grote ontevredenheid over het uit praktische overwegingen gekozen Overloon: een slecht bereikbare, perifere locatie en bovendien een voormalig slagveld.

Volgens de kunstenaar staat de rij voor de wijze waarop de mannen werden opgesteld. Elk standbeeld staat voor 100.000 dwangarbeiders. Het is zijn bedoeling dat de beelden staren naar de bezoeker, met een gepijnigde gelaatsuitdrukking van woede en schaamte, hulpeloos, zonder armen. Vervolgens gebruikt hij vooral ‘part-time symbols’ die verschillend kunnen worden geïnterpreteerd, zoals de ruwe vormgeving, gebruik van brons, het grind, de zwart granieten steen, de grootte van de beelden en de transparante opstelling. De meest eigenlijk betekenis komt voort uit het gegeven dat de VDN het monument voor zichzelf heeft weggezet als een schreeuw om aandacht. Het is als het ware een ego-document in de vorm van een monument. Een vorm van ‘egoïstische geschiedenis’. De bezoeker kijkt naar de verbeelding van mensen die zijn genegeerd en weggedacht. Met deze ‘meta-betekenis’ is het monument een aanklacht tegen de eenzijdige, officiële verbeelding van de geschiedenis sinds de bevrijding. Zo kan het ontbreken van de armen worden gezien als een antwoord op het pijnlijke verwijt dat zij de dwangarbeid hadden kunnen weigeren.

De paradox is, dat in een poging tot dramatisering om het slachtofferschap voor zichzelf op te eisen de geschiedenis niet meer eenduidig aan het monument is af te lezen. Daarvoor is de begeleidende tekst nodig. Dit monument probeert het verleden niet ‘realistisch’ voor te stellen maar symbolisch in min of meer abstracte vormen die op uiteenlopende manieren kunnen worden geduid. Het overdragen van algemene emoties als pijn, woede, schuld en onvrijheid zou kunnen leiden tot een vorm van herdenking, die los staat van het onderwerp dwangarbeid. Dat lijkt mij bewust zo gedaan. Het monument is niet bedoeld als een plek waar het ‘grote’ verhaal wordt verteld. Hier gaat het om het persoonlijke verhaal van elke individuele teruggekeerde dwangarbeider. Beelden van ‘gestolde emotie’ bedoeld om hun vergeten verleden herkenbaar en invoelbaar te maken voor de bezoeker.

Een vergelijking
Op beide zie je niet de context: het beestachtige transport, de executies van jongens die probeerden te vluchten, de druk van een volledig gegijzelde stad en het verraden van elkaars ondergedoken zonen. Wel zie je in beide verbeeldingen dezelfde mensen. Op de foto aan de periode van dwangarbeid vooraf en naar de werkelijkheid vastgelegd tijdens het verhaal, in het monument achteraf en met expressie en symboliek weergegeven. Een verschil tussen één moment en het samengevat worden van alle momenten samen in één verbeelding. Over de uiteindelijke vorm van het monument is bewust gecommuniceerd, het discours van de VDN als richtinggever. Voor de foto was niets meer nodig dan de intentie (en durf) van de fotograaf. Daarom heeft de foto ‘bijrollen’, in het monument konden die worden weggelaten. Het monument laat alleen de slachtoffers zien. De foto toont een razzia die twee dagen zou duren, het monument laat zien dat de razzia een heel leven van veel dwangarbeiders heeft bepaald.

Conclusie
Het monument wijst naar het verleden, het heden en de toekomst. Het wil niet alleen een raam zijn naar het verleden. Om goed aan te sluiten bij de hedendaagse bezoeker worden herkenbare gevoelens gecommuniceerd. De gevolgen van de aanwezigheid van soldaten, van een bezetter, kan nauwelijks meer worden voorgesteld. Bovendien wil het monument ook waarschuwen, in de hoop dat niemand ooit hetzelfde verhaal hoeft te vertellen. “Men heeft ons nooit willen zien”, aldus Pontier, voorzitter van de VDN meer dan 20 jaar geleden. In Overloon zijn de dwangarbeiders nu voorgoed vertegenwoordigd. Hun blik is niet meer te ontwijken.

  1. Abousnnouga, Gill en David Machin, ‘Analysing the language of war monuments’, Visual Communication 9 (2010) afl. 2, 131-149.
  2. Beunders, Henri en Martijn Kleppe, ‘Een plaatje bij een praatje of bron van onderzoek? Fotografie verwerft geleidelijk een plek in de historische wetenschap’, Groniek 187 (2010) 121-139.
  3. Burgers, Louis, ‘Beelden in Overloon symbool voor oorlogsdwangarbeiders’, Provinciale Zeeuwse Courant, 30 mei 1996. https://krantenbankzeeland.nl/issue/pzc/1996-05-30/edition/0/page/2
  4. Burke, Peter, ‘Introduction’ in: Eyewitnessing. The uses of images as historical evidence (Londen 2001) 9-19.
  5. Burke, Peter, ‘Photographs and portraits’ in: Eyewitnessing. The uses of images as historical evidence (Londen 2001) 22-33.
  6. Fleuren, Rowan, De arbeidsinzet als lieu de mémoire. Herinneren in de vorm van twee monumenten (Masterscriptie Radboud Universiteit, Rotterdam 2018). https://theses.ubn.ru.nl/handle/123456789/7314
  7. Frijhoff, Willem, ‘Herdenkingscultuur tussen erfgoed en ritueel. De verleiding van het presentisme’ in: Jaarboek voor liturgieonderzoek 28 (Amsterdam 2012) 169-182.
  8. Grimeijer, H.F., Zonder titel, 1944, foto, NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies, Amsterdam (foto: https://beeldbankwo2.nl/nl/beelden/detail/360bd990-025a-11e7-904b-d89d6717b464/media/76134e8d-b860-2cc7-3ca1-6babb8434549, laatst geraadpleegd op 7 februari 2020).
  9. H.F. Grimeijer sloeg tientallen films in’, Het Rotterdams Parool. De Schiedamer, 5 november 1969. https://schiedam.courant.nu/issue/SP/1969-11-05/edition/0/page/6
  10. Huiskes, Rowan, Erfgoed van het verzet. De collectie van het Verzetsmuseum in Amsterdam bezien vanuit de herinneringscultuur van de Tweede Wereldoorlog (Mastersciptie Universiteit Utrecht, Utrecht 2010).
  11. Jacob Presser geciteerd in: Vos, Chris, ‘De levende getuige. De opkomst van het egodocument in de Nederlandse audiovisuele geschiedschrijving’ in: Jaarboek van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie 10 (1999) 182-199.
  12. Jager, Erik J. de, ‘Reis van de Razzia: Een Oral History Project Over de razzia van Rotterdam’, Research Data Journal for the Humanities and Social Sciences 1 (2016) 3. ‘Vijftigduizend Nederlandse mannen laten zich als schapen wegvoeren en evenzoveel vrouwen zien toe hoe hun mannen en zoons weerloos naar Hitlers slachtbank worden geleid’ http://dx.doi.org/10.1163/24523666-01000001
  13. Jonker, Ed, Ordentelijke geschiedenis. Herinnering, ethiek en geschiedwetenschap (Utrecht 2008). https://dspace.library.uu.nl/handle/1874/27841
  14. Monument eindelijk erkenning voor ex-dwangarbeiders’, Trouw, 30 mei 1996. https://www.trouw.nl/nieuws/monument-eindelijk-erkenning-voor-ex-dwangarbeiders~bf0665fb/
  15. Rietbergen, Peter, Clio’s stiefzusters. Verledenverbeeldingen voorbij de geschiedwetenschap (Nijmegen 2015) 22.
  16. Vergoeding voor Arbeitseinsatz’, Trouw, 21 augustus 1998. https://www.trouw.nl/nieuws/vergoeding-voor-arbeitseinsatz~b30ee7ba/
  17. Visser, Ellen de, ‘De vergeten oorlog van de Duitslandganger. Dwangarbeiders uit heel Europa ontmoeten elkaar op Berlijns congres’, De Volkskrant, 11 mei 1996. https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/de-vergeten-oorlog-van-de-duitslandganger-dwangarbeiders-uit-heel-europa-ontmoeten-elkaar-op-berlijns-congres~b17630bd/ 

Websites

  1. Brandon, John, Dwangarbeid 1940-1945, 1996, brons, Oorlogsmuseum Overloon, Overloon (foto: https://www.4en5mei.nl/oorlogsmonumenten/monumenten_zoeken/oorlogsmonument/692/overloon%2C-%27dwangarbeid-1940-1945%27, laatst geraadpleegd op 7 februari 2020).
  2. Edam, Egbert Snijder Monument’, Nationaal Comité 4 en 5 mei. https://www.4en5mei.nl/oorlogsmonumenten/monumenten_zoeken/oorlogsmonument/628/edam%2C-%27egbert-snijder-monument%27, laatst geraadpleegd op 28 januari 2020.
  3. De Razzia van Rotterdam. http://www.derazziavanrotterdam.nl/hav3n/wp-content/uploads/2013/10/01_Bevel_Verzamelplaatsen_1.jpg, laatst geraadpleegd op 28 januari 2020.